Meer dan 50 podiumkunstenfestivals snappen er niets meer van. Deze festivals zijn belangrijke vernieuwers binnen de cultuursector en dat wordt erkend door zowel Raad voor Cultuur als door Minister van Engelshoven. Al deze lof stemde ons positief, want: “practice what you preach”.

Ja, met haar uitgangspuntenbrief zet Minister van Engelshoven een voorzichtige stap in het verwezenlijken van een meer interdisciplinaire BIS. Er komt ook mondjesmaat ruimte in de BIS voor podiumkunstenfestivals (7 in plaats van 4). Maar nee, er is van een verdere substantiële investering in deze vernieuwers en deze bloeiende sector geen sprake, waardoor een deel van de festivals vanaf 2021 niet meer door het rijk ondersteund kan worden. Dit ten gevolge van een jarenlange achterstandspositie van de festivals als relatieve nieuwkomers in het bestel.

Podiumkunstenfestivals…
… zijn belangrijke aanjagers van de ontwikkeling naar een interdisciplinaire cultuurwereld. Op de podiumkunstenfestivals komen (nieuwe) genres en disciplines samen. Van popmuziek tot urban arts, van internationaal theater tot letteren. Van opera tot beeldende kunst, van dans tot EDM.
… ontwikkelen nieuwe vormen met nieuwe makers met een groot, nieuw en divers publiek als getuige (de ondertekenende festivals trekken samen zo’n 2 miljoen bezoekers).
… zijn onmisbare schakels in het ontwikkelen van talent en voor de doorstroom van dit talent naar (inter)nationale podia.
… zijn verantwoordelijk voor een groot deel van het internationale aanbod dat in Nederland wordt gepresenteerd en voor de internationale uitwisseling die daarbij komt kijken. Dit is veelal aanbod dat niet elders in Nederland kan worden gepresenteerd.
… laten vraag en aanbod hand in hand gaan, hebben daarmee veel taken overgenomen van de weggevallen productiehuizen en lopen daarmee voorop in het landelijke cultuurveld.
… zijn daarnaast voorlopers op gebieden als duurzaamheid, innovatie, toegankelijkheid en publieksbenadering.
… dragen bij aan het verspreiden van kunst en cultuur van (inter)nationale kwaliteit over alle regio’s, van Groningen tot Maastricht, van Rotterdam tot Deventer. Festivals komen dáár waar andere invloed van het rijk vrijwel geen kans maakt. Investeren in festivals = investeren in de regio.

Investeren in podiumkunstenfestivals en in Fonds Podiumkunsten.
Zonder een investering van 3 tot 7 miljoen gaan er festivals overal in het land wegvallen, waarmee veel vernieuwing verloren gaat. Dit bedrag komt als volgt tot stand:

* 1 MILJOEN NAAR BIS | In de BIS komen er drie podiumkunstenfestivals bij voor een investering van in totaal 1 miljoen (dus gemiddeld EUR 333.000 per festival). Dat geeft de nieuwe festivals in de BIS te weinig financiële mogelijkheden om hun internationale platformfunctie te kunnen vervullen. Voor deze festivals zal het doorschuiven vanuit het Fonds Podiumkunsten – waar zij EUR 300.000 konden krijgen in de meerjarige regeling – vrijwel niets toevoegen terwijl de verplichtingen in de BIS groter worden. In de BIS is dan ook een extra 1 miljoen bovenop de voorgestelde 1 miljoen nodig om deze regeling en de bijkomende opgaven serieus te kunnen invullen.

* MINIMAAL 2 MILJOEN NAAR FONDS PODIUMKUNSTEN | In het Fonds Podiumkunsten blijven vervolgens heel veel festivals (ongeveer 80) in 4-jarige en 2-jarige regelingen achter met een uiterst beklemmend totaalbudget. Het is precies HIER waar veel van de interdisciplinaire vernieuwing in de sector plaatsvindt en waar alle genres en disciplines samenkomen. Hier is met grote noodzaak een investering van minimaal 6 miljoen nodig om deze belangrijke sector – waarin Fair Practice momenteel deels een utopie is – enigszins in de benen te houden. Wij begrijpen dat 6 miljoen een (te) groot bedrag is in dit stadium; maar de noodzaak voor minimaal een extra 2 miljoen is per 2021 heel erg nodig, omdat er zonder deze bijdrage festivals overal in het land gaan wegvallen.

Een sterk Fonds Podiumkunsten is essentieel voor vernieuwing
Tenslotte: het Fonds Podiumkunsten is er in de afgelopen jaren in geslaagd om meer interdisciplinair te gaan werken, wat de sector in zijn geheel ten goede komt. Er wordt nu voorgesteld om een fors budget bij het Fonds weg te halen, wat ten koste gaat van de vernieuwing in de kunstensector. Het gaat een averechts effect hebben op de in- en doorstroom van nieuwe ideeën en talent en zal de kloof tussen aanbod en afname en BIS en fonds nog sterker vergroten.

Er ligt een sectorbrede vraag voor een reparatie van de middelen in het Fonds Podiumkunsten. In totaal wordt ongeveer 13,5 miljoen weggehaald bij het Fonds. Dat is het bedrag waarmee de vernieuwing en continuïteit binnen de gezelschappen, de afname- en festivalregelingen (in alle genres, van popmuziek tot internationaal theater) en overige innovatieregelingen enigszins kan worden gewaarborgd. Wij steunen van harte de oproepen van Kunsten ’92, NAPK, Popcoalitie, VNG, VSCD, VNPF, Platform Jeugdpodiumkunsten en VVP voor een verhoging van de budgetten voor het Fonds Podiumkunsten met minimaal 10 tot 13,5 miljoen met daarin een geoormerkt deel voor de festivals.

Wij hopen dat u onze oproep voor een reparatie van minimaal 3 miljoen voor de podiumkunstenfestivals óf een grote reparatie voor het Fonds Podiumkunsten (met een geoormerkt deel voor festivals) door middel van een motie wilt ondersteunen. Een motie die overigens perfect zou aansluiten bij de vernieuwende ambities van de minister.